Spint en trips met biologie beheersbaar

Chemie bewaren tot laatste redmiddel

Het gebruik van chemische gewasbescherming blijkt in de praktijk een steeds lastigere puzzel. Afzetorganisaties kijken strenger naar het aantal MRL op groenten en fruit. Sommige supermarkten eisen daarbij een maximum van de MRL dat op 30% of lager ligt. Daarnaast neemt het aantal toegelaten middelen en toepassingsmogelijkheden af. Tijd om meer met biologie te doen. Volgens de GO-partners kan het met succes, ook op stellingen.

BI_0605_008

De teelten op stellingen verschuiven steeds meer richting doordragers in plaats van de korte Elsanta/ Sonata teelt (juni dragers). In deze lange teelten blijkt het steeds moeilijker om met chemische middelen alles onder controle te houden, als gevolg van de beperkingen op etiketten. Daarom focussen we meer op biologie. Inmiddels hebben we zo’n 8 jaar ervaring met het inzetten van biologische bestrijders in stellingteelten.

De ervaring leert dat het mogelijk is om spint, trips en luis lang onder controle te houden door goed te starten met natuurlijke vijanden en een degelijk schema tijdens de teelt. Belangrijkste verschil in werken is dat de chemische middelen zo lang mogelijk in de kast blijven staan, totdat het echt niet meer anders kan. Door bijvoorbeeld Tracer, Decis en Vertimec niet te gebruiken aan het begin van de teelt zie je op een gegeven moment een natuurlijke ontwikkeling van trips-, spint- en luisbestrijders uit de natuur, die de ingezette biologie helpen.

KOPPERT_Aphidius colemani adult_credZo zetten we bijvoorbeeld sluipwespen in tegen luizen, totdat er duidelijke parasitering zichtbaar is. Daarna zie je meestal dat de natuurlijke vijanden spontaan in het veld komen. Ook Spical, Spidex en Tripex staan aan de basis van het schema op stellingen. We proberen dit zo lang mogelijk vol te houden tot in de nazomer als ook andere plagen, zoals de fruitvlieg Drosophila suzukii de overhand gaan krijgen en een chemische toepassing onvermijdelijk is. Meestal geeft dit een dreun aan de opgebouwde biologie. Daarom en omdat de heretikettering van de chemische middelen in bijna alle gevallen leidt tot een maximaal aantal toepassingen van maar 2 of 3 keer per teelt of per jaar, bewaren we deze middelen bij voorkeur tot zo laat mogelijk in de teelt en starten we met biologie.

Door de chemie te bewaren tot het uiterste redmiddel zal de werking beter zijn en blijft er een lagere plaagdruk over aan het einde van de teelt. Het jaar daarop verloopt de opbouw van een nieuwe populatie roofmijten en sluipwespen een stuk makkelijker.

Het spreekwoord ‘een goed begin is het halve werk’ gaat in dit geval zeker op. Daarom is het ook belangrijk om te weten wat de voorgeschiedenis is van het plantmateriaal wat betreft bijvoorbeeld chemie. De opstart met roofmijten kan daarop worden afgestemd. Ook leert de ervaring dat het eerste jaar moeilijk kan zijn door de historische plaagdruk in de teelt. De partners adviseren om daar doorheen te kijken. De ingebakken mindset is dat we geen enkele trips willen zien in het gewas, maar met een goede biologie populatie in het gewas zegt het zien van een volwassen trips niets. Goed scouten is echter essentieel.

Opbouwen in bedekte stellingen
De genoemde ervaringen zijn opgedaan in bedekte stellingen. De weersomstandigheden en wisselende temperaturen bemoeilijken het gebruik van biologie in stellingen zonder kap. Dat maakt het lastiger om een goede biologie populatie op te bouwen en te handhaven. Neem voor meer informatie contact op met onze teeltspecialisten.

 

2011 CORNE P1000610.JPG

Specialisten

De teeltspecialisten van GO

De GO-partners hebben specialisten in dienst, op het gebied van alle tuinbouwteelten, openbaar groen, techniek en Safety, die u graag voorzien van een advies op maat.

basf logo

Fabrikanten

Onze A-Fabrikanten op een rij

GO streeft naar langdurige relaties met fabrikanten die kwaliteit leveren en investeren in R&D. Zo blijven onze specialisten op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

2008 stand preidag GObladmst.jpg

Producten

Exclusieve producten onder GO-label

Innovatie en kwaliteit staan centraal binnen GO. Samen met fabrikanten zoeken we steeds naar verbetering en ontwikkelen we soms producten onder eigen label.